direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Balledonk 10-10A, Heeswijk-Dinther
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Voorliggend rapport betreft het wijzigingsplan "Balledonk 10-10A, Heeswijk-Dinther" van de gemeente Bernheze.

Op de percelen Balledonk 10 en 10A te Heeswijk-Dinther staat een gebouw dat oorspronkelijk is gebouwd als één woning. Ongeveer 20 jaar geleden is deze woning gesplitst in twee wooneenheden. Ook kadastraal is het perceel gesplitst in Balledonk 10 en 10A en er is sprake van twee verschillende eigenaren. Dit is echter nooit in het vigerende bestemmingsplan verwerkt. Op basis van het bestemmingsplan is er ter plaatse slechts één vrijstaande woning toegestaan. De initiatiefnemers zijn voornemens een van de twee woningen te verkopen. Derhalve is het noodzakelijk dat de extra woning in het bestemmingsplan wordt opgenomen.

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing

Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0001.jpg"

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend wijzigingsplan ingetekend.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0002.jpg"

KADASTRALE SITUATIE

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Bernheze, sectie E, nummers 1962 en 1963.

De oppervlakte van de percelen Balledonk 10 en Balledonk 10A bedraagt respectievelijk 1.241 m² en 531 m², de gezamenlijk oppervlakte bedraagt derhalve 1.772 m². Er is sprake van twee verschillende eigenaren.

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "De kommen van Bernheze", vastgesteld op 1 juni 2011. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0003.jpg"

UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Voor onderhavig plangebied gelden de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Binnen de bestemming 'Wonen' is een bouwaanduiding 'vrijstaand' opgenomen. Hierbinnen is uitsluitend het aantal bestaande vrijstaande woningen toegestaan. Nieuwe woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met inachtneming van dat maximum aantal. Voor het plangebied geldt dat er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' op ligt. Dit betekent dat er maar één woning is toegestaan.

De bestemming 'Tuin' is aangewezen voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Onderhavig wijzigingsplan voorziet alleen in het planologische vastleggen van de gesplitste woning, er vinden geen veranderingen binnen de bestemming 'Tuin' plaats. Deze bestemming wordt dan ook, net als de bestemming 'Wonen' integraal overgenomen in dit wijzigingsplan.

Tevens vigeren binnen onderhavig plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waterstaat - Natte Natuurparel bufferzone'. Toetsing aan deze dubbelbestemmingen vindt plaats in hoofdstuk 4. Ook deze dubbelbestemmingen worden integraal overgenomen

Het 'toevoegen' van een extra woning past dus niet direct in het vigerend bestemmingsplan omdat er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' binnen de bestemming is opgenomen. De ontwikkeling past wel binnen de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid uit 'artikel 18 Wonen' van het vigerende bestemmingsplan die het toevoegen van een extra woning mogelijk maakt. In paragraaf 3.2 wordt onderhavig plan getoetst aan deze wijzigingsvoorwaarden. Daarnaast wordt in dit wijzigingsplan het toevoegen van de burgerwoning nader toegelicht en op de noodzakelijke punten onderbouwd.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied en beschrijft het initiatief.

2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving

Balledonk is een rustige woonstraat aan de zuidrand van Heeswijk-Dinther. Ten zuiden van het plangebied begint het buitengebied. Ingeklemd tussen de Zuid Willemsvaart en de provinciale weg Kanaaldijk Noord ligt hier het beekdal van de Aa. Het beekdal wordt in de omgeving van onderhavig plangebied gekenmerkt door agrarische gronden en houtsingels. Direct achter de woningen in de straat Balledonk liggen de velden van voetbalvereniging Heeswijk; een brede bomensingel scheidt beide functies.

In de straat Balledonk staan voornamelijk vrijstaande woningen bestaande uit één laag met een kap. Daarnaast hebben alle woningen ruime voortuinen en is er tezamen met de laanbeplanting sprake van een groene dooradering van de straat. Het woongebouw op Balledonk 10-10A bestaat grotendeels uit één laag, echter in plaats van een kap is er een bescheiden tweede laag aanwezig. Gezien vanaf de straat fungeren het gebouw en de voortuin als een geheel.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0004.jpg"

BALLEDONK (RECHTS BALLEDONK 10-10A)

2.2 Plan

Ongeveer 20 jaar geleden is het gebouw gesplitst in twee wooneenheden. De scheiding ligt ten oosten van de opbouw van de tweede laag. Balledonk 10 betreft de westelijke woning en 10A de oostelijke woning. De perceelsplitsing ligt grotendeels in het verlengde van de woningsplitsing. Het perceel van Balledonk 10A heeft een oppervlakte van circa 530 m². De inhoud van de woning bedraagt circa 365 m³ (overstekken niet meegerekend).

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0005.jpg"

HUIDIGE SITUATIE PERCEELSPLITSING

De voortuin is als een geheel aangelegd. De bewoners van beide woningen maken gebruik van de doorlopende oprit die voor de woningen langs loopt. De achtertuinen zijn gescheiden door middel van een groene erfafscheiding. Dit gebruik zal zo worden voortgezet.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0006.jpg"

WONINGSPLITSING

2.3 Verkeer en parkeren

Verkeer

Het plan omvat het 'toevoegen' van één woning. De verkeersaantrekkende werking bedraagt gemiddeld 8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De beperkte toename kan zonder meer via de bestaande weg Balledonk worden afgewikkeld. In werkelijkheid zal er niet meer verkeer ontstaan.

Parkeren

In de gemeentelijke Parkeernormennota is opgenomen dat voor 'meerpersoonswoningen met een oppervlakte van meer dan 60 m²' twee parkeerplaatsen nodig zijn. Er is sprake van twee woningen groter dan 60 m². Derhalve dient er ruimte te zijn voor 4 parkeerplaatsen. In de voortuin is voldoende ruimte om hierin te voorzien.

Hoofdstuk 3 Beleid

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Het toevoegen van een burgerwoning valt binnen de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan 'De kommen van Bernheze'. In het kader van dit plan is reeds een beleidsmatige afweging gemaakt. Aangezien in de tussentijd geen nieuw beleid is geformuleerd dat van invloed is op deze afweging, wordt met betrekking tot het beleid verwezen naar het bestemmingsplan 'De kommen van Bernheze'. Uitzondering hierop is de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet onderhavig plan passen binnen de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. In navolgende paragrafen is beschreven op welke wijze voldaan wordt aan het relevante vigerende beleid .

3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Projecten die minder dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.

3.2 Bestemmingsplan 'De kommen van Bernheze'

Binnen het plangebied is de bestemming 'Wonen' van toepassing. Binnen deze bestemming is, in artikel 18.5 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders, om binnen de bestemming 'Wonen' maximaal twee extra woningen toe te staan. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, welke hierna puntsgewijs worden benoemd en getoetst:

  • a. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan wordt aangetoond:
    De uitvoerbaarheid bevat alleen het planologisch vastleggen van één extra woning die 20 jaar geleden reeds in gebruik is genomen. Het perceel is gesplitst en de woning is bouwkundig gesplitst. Daarnaast is er sprake van twee verschillende eigenaren. Een stedenbouwkundige afweging is reeds uitgevoerd door de gemeente. Tezamen met onderhavig rapport wordt er aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het plan is uitvoerbaar;
  • b. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad:
    Het betreft hier het planologisch vastleggen van een situatie die al 20 jaar bestaat. Door de buren en buurtbewoners is er in de afgelopen 20 jaar geen bezwaar tegen gemaakt dat Balledonk 10A een geschakelde woning is. De invloed op de omgeving is dus zeer gering. De belangen van derden worden niet onevenredig door het plan geschaad;
  • c. er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu:
    Het toevoegen van de woning zal geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor het woonmilieu, zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten.
  • d. het toevoegen van een nieuwe woning in overeenstemming is met het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid:
    In 1997 is Balledonk 10A verbouwd tot woonhuis en als zodanig in gebruik genomen. De gemeente heeft destijds de vergunning verleend tot de verbouwing naar woonhuis. Daarbij is het perceel notarieel gesplitst. Beide woningen vallen daarmee al binnen de woningvoorraad van Bernheze.
  • e. het parkeren in overeenstemming is met het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij horende parkeernormen:
    Op het terrein is voldoende ruimte om twee parkeerplaatsen per woning te realiseren. Zie ook de situatietekening in paragraaf 2.2 Plan.
  • f. er een planschadeverhaalsovereenkomst is gesloten:
    Het betreft hier het planologisch vastleggen van een situatie die al 20 jaar bestaat. In deze tijd is er geen sprake geweest van een melding van planschade. Nieuwe claims zijn dan ook niet te verwachten. Echter is er tussen de gemeente en initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten en ondertekend;
  • g. er geen afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse;
    Zonder wijziging van het bestemmingsplan blijft het huis noodgedwongen leeg te staan omdat verkoop en/of verhuur niet mogelijk is. Leegstand is niet alleen schadelijk voor het leef- en woonmilieu maar ook voor het straatbeeld, stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit. Het initiatief voorziet dus door middel van het opnemen van een extra woning in behoud van het huidige stedenbouwkundige beeld.
  • h. geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische waarden:
    Op de omgeving, dan wel op de locatie, zijn geen cultuurhistorische waarden van toepassing;
  • i. de woning een inhoud heeft van minimaal 350 m³, waar bij in geval van woningsplitsing, beide woningen een inhoud hebben van minimaal 350 m³:
    Balledonk 10A heeft een inhoud van circa 360 m³. De inhoud van Balledonk 10 ligt hier ruim boven.
  • j. de nieuwe woning is gelegen aan de openbare weg:
    De nieuwe woning grenst aan en is rechtstreeks ontsloten op de openbare weg Balledonk;
  • k. een nieuwe woning niet is toegestaan in een hoeksituatie:
    Er is geen sprake van een hoeksituatie;
  • l. aansluiting wordt gezocht bij de (bouw)regels van de bestemming zoals opgenomen in dit bestemmingsplan:
    De regels van de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' zijn van toepassing en zijn opgenomen in dit wijzigingsplan. Omdat het uitsluitend het planologisch vastleggen van de huidige situatie betreft sluit het plan automatisch aan bij de (bouw)regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "De kommen van Bernheze".

Conclusie

Het plan voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 18.5 in het bestemmingsplan "De kommen van Bernheze". Daarnaast dient het plan ook te passen binnen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waterstaat - Natte Natuurparel bufferzone'. Toetsing aan deze dubbelbestemmingen vindt plaats in hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • 1. milieu;
  • 2. waarden;
  • 3. waterhuishouding.

4.1 Milieu

4.1.1 Bodem

De bodemkwaliteit voor de extra woning is reeds aangetoond in het kader van het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast zullen er geen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden. Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.1.2 Bedrijven- en milieuzonering

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:

  • de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
  • bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Door het toekennen van de woonbestemming is in het kader van het vigerende bestemmingsplan reeds aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De extra woning ligt niet dichterbij een inrichting dan in de bestaande situatie, dus er is geen sprake van een belemmering voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen. Daarnaast is er ook geen sprake van invloed op andere milieugevoelige objecten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.1.3 Externe veiligheid
4.1.3.1 Inleiding

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:

  • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
  • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);
  • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

Risiconormering

In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico

Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Wanneer verantwoorden?

Bron   Wanneer groepsrisicoverantwoording?  
Inrichtingen (Bevi)   Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen.  
Buisleidingen (Bevb)   Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen1.  
Spoor- rijks- en waterwegen (Bevt)   Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.  

1. Bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. 

Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

Beleidsvisie externe veiligheid

De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

Overige wet- en regelgeving

Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts.

4.1.3.2 Toetsing

Inventarisatie risicobronnen

Met behulp van de nationale risicokaart is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Een uitsnede van de risicokaart met het plangebied is hieronder opgenomen. Het plangebied is geel omcirkelt.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0007.jpg"

UITSNEDE NATIONALE RISICOKAART

Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen, buisleidingen of inrichtingen zijn gelegen, waarvan een risicocontour over het plangebied valt.

Beleidsvisie externe veiligheid

Omdat het plangebied niet is gelegen binnen de contouren van risicobronnen, is toetsing aan de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente niet noodzakelijk.

4.1.3.3 Conclusie

Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het plan.

4.1.4 Geurhinder veehouderijen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op 400 meter afstand waar circa 330 koeien worden gehouden. Voor dit type vee geldt een minimale richtafstand van 50 meter van stal tot geurgevoelig object. Onderhavig plan ligt op circa 400 meter van de veehouderij. Het initiatief vormt geen belemmering voor dit bedrijf.

afbeelding "i_NL.IMRO.1721.WPBalledonk10a-vg01_0008.jpg"

(INTENSIEVE) VEEHOUDERIJEN OMGEVING PLANGEBIED

Bovenstaande figuur geeft inzicht in de achtergrondbelasting. Daaruit blijkt dat de beoordeling van het leefklimaat op basis van de indicatieve geurbelasting vast te stellen is als goed tot zeer goed. Deze kaarten houden echter geen rekening met de gewijzigde emissienormen bij combiwassers. De twee dichtstbijgelegen veehouderijen binnen een straal van 650 meter zijn melkrundveehouderijen. Veehouderijen met kippen of varkens liggen op grotere afstand. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.1.5 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen
4.1.5.1 Inleiding

Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid.

Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor bij de uitbreiding van veehouderijen of een ontwikkeling van milieugevoelige functies in de omgeving van veehouderijen. Het betreft specifiek de aspecten endotoxinen en geitenhouderijen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

4.1.5.2 Pluimvee- en varkenshouderijen

Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

4.1.5.3 Geitenhouderijen

Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet.

Het plangebied bevindt zich in de straal van 2 km van twee geitenhouderijen:

• Fokkershoek 1 (2480 geiten);

• Meerstraat 29 (1659 geiten).

Met het plan wordt een extra woning gerealiseerd waarmee mogelijk sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Aangezien het gaat om het toevoegen van één woning op een afstand van meer dan 1.000 meter, is er sprake van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico.

4.1.5.4 Conclusie

Het aspect Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan.

4.1.6 Geluid

Het plan omvat een nieuw geluidgevoelig object, echter ligt het plangebied niet binnen de onderzoekszones van wegen. Omdat er een 30 km-regime voor de wegen in de directe omgeving geldt, is er vanuit de Wet geluidhinder geen onderzoeksplicht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan reeds getoetst of de woningen in een goed woon- en leefklimaat staan. Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.1.7 Luchtkwaliteit

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Effecten plan op luchtkwaliteit
In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen.

Onderhavig plan omvat één woning en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig.

Goed woon- en leefklimaat

In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. In het kader van het vigerende bestemmingsplan is het aspect luchtkwaliteit reeds beoordeeld. Daarin wordt gesteld dat het gebied van het bestemmingsplan 'De kommen van Bernheze' geen sterk verkeersbelaste locaties in stedelijk gebied bevat, maar dat het een landelijk gebied met incidentele bebouwing betreft . Er zijn dan ook geen gezondheidsrisico’s of ecologische risico’s te verwachten. Daarnaast worden in het bestemmingsplan geen ontwikkelingen toegestaan die van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.1.8 Milieueffectrapportage
4.1.8.1 Inleiding

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is.

4.1.8.2 Analyse

De in voorliggend wijzigingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage genoemde ontwikkelingen. Er geen sprake van een stedenbouwkundige ontwikkeling. Er is derhalve geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig.

4.1.8.3 Conclusie

Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

4.1.9 Spuitzones

Tijdens het bespuiten van landbouwgewassen kan er sprake zijn van 'drift': spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromingen. De gronden rondom in de directe omgeving van Balledonk 10-10A worden niet gebruikt voor het telen van gewassen in de open lucht waarbij het bespuiten van landbouwgewassen voorkomt. Het aspect spuitzones leidt niet tot een belemmering voor het plan.

4.1.10 Hoogspanningslijnen

Volgens de Netkaart hoogspanningslijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu betreft de dichtstbijgelegen hoogspanningslijn 's-Hertogenbosch - Eindhoven een 150 kV hoogspanningslijn met een indicatieve magneetveldzone van 80 meter aan weerszijde van het hart van de hoogspanningslijn. Het plangebied ligt op circa 2 kilometer van deze hoogspanningslijn. Het aspect hoogspanningslijnen vorm geen belemmering voor het plan.

4.2 Waarden

4.2.1 Archeologie

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Onderhavig plan ligt in een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Voor bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 2.500 m en een diepte van meer dan 40 cm beneden maaiveld is een onderzoek naar de archeologische waarden binnen het gebied vereist, vastgelegd in een rapportage. Er zullen echter geen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden die eventuele archeologische monumenten kunnen schaden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' blijft echter gehandhaafd voor toekomstige initiatieven. Te allen tijde geldt wel een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.2.2 Cultuurhistorie

Binnen het plangebied en in de directe omgeving liggen geen cultuurhistorische waarden waarvoor het initiatief een aantasting kan vormen. Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.2.3 Natuurwaarden

Er vinden geen aanpassingen aan het gebouw of de openbare ruimte plaats, daardoor is er geen sprake van mogelijke invloeden op het foerageer- of verblijfsgebied van beschermde soorten. Het uitvoeren van een quickscan is niet nodig. Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.3 Waterparagraaf

De behandeling van het hemel- en afvalwater moet plaatsvinden conform de eisen van gemeente en waterschap. Het verhard oppervlak neemt niet toe, dus er stroomt geen extra hemelwater af. Het vuilwaterafvoer neemt theoretisch wel toe. In de afgelopen 20 jaar is echter bewezen dat de bestaande voorzieningen deze toename aankunnen. Echter dient ieder huis apart aangesloten te zijn op de riolering. Wanneer dit nog niet het geval is is het belangrijk dat er een tweede huisaansluiting wordt aangevraagd.

Het plan ligt binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - Natte Natuurparel bufferzone'. Deze gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden van de bufferzone rondom de natte natuurparel. Onderhavig plan voorziet niet in werkzaamheden die van invloed zijn op de hydrologische waarden in het gebied. Het aspect water vormt geen planologische belemmering voor het plan.

Hoofdstuk 5 Financiële aspecten

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Het plan betreft een particulier initiatief, waarvan alle kosten en risico's voor rekening van de initiatiefnemer komen. In de huidige situatie is er al sprake van twee verschillende eigenaren. Het initiatief voorziet in het planologisch vastleggen van de huidige situatie, er worden geen extra kosten gemaakt. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.

5.2 Kostenverhaal

Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro).

In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend wijzigingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en initiatiefnemers een planschadeverhaalovereenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal en de kosten via leges worden verhaald. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is dus niet vereist.

Hoofdstuk 6 Procedure

Het wijzigingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure op grond van artikel 3.9a Wro. De voorziene procedurestappen zijn:

  • 1. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
  • 2. Terinzagelegging ontwerpwijzigingsplan
  • 3. Vaststelling door college van burgemeester en wethouders
  • 4. Terinzagelegging vastgesteld wijzigingsplan.

6.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het wijzgingsplan toegezonden aan de betrokken instanties. De reacties zijn verwerkt in het voorliggende wijzgingsplan.

6.2 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Op grond van artikel 3.9a Wro heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 18 oktober tot en met 29 november 2018 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijze ingediend.

6.3 Vaststelling door college van burgemeester en wethouders

Het wijzgingsplan "Balledonk 10-10A, Heeswijk-Dinther" is vastgesteld bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze, d.d. 11 december 2018.

6.4 Terinzagelegging vastgesteld wijzigingsplan.

Na publicatie van het vastgestelde wijzigingsplan start de beroepstermijn van zes weken. Het vaststellingsbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.